Hotel Oosterschelde & Restaurant 't Veerhuis

Welkom bij Hotel Oosterschelde & Restaurant 't Veerhuis

1 2 3 4 5

Nationaal Park de Oosterschelde

Nationaal Park de Oosterschelde

Hotel Oosterschelde en Restaurant ’t Veerhuis, liggen in het ‘Nationaal Park De Oosterschelde’. Nederland kent in totaal twintig nationale parken. Nationaal Park De Oosterschelde is het grootste (37.000 hectare) nationale park van allemaal, en bovendien verreweg het natste nationaal park. De Oosterschelde, ook wel het blauwe hart van Zeeland genoemd, kan gekenschetst worden met vijf woorden: rust, ruimte, vogels, water en wind.  Nationaal Park de Oosterschelde kent naast haar wateroppervlakten, drooggevallen zandplaten en natuurgebiedjes, een verrassende diepgang. Want onder het wateroppervlak ligt een rijkdom aan kleurige, veelvormige, geheimzinnige onderwaternatuur, vol met vreemde planten en dieren die zo totaal anders zijn dan de dieren op het vertrouwde droge.

Het zuiverste water:

Getijdengebied

De Oosterschelde is vanouds een krachtige zeearm in de Zeeuwse delta, die geen normale rivierdelta is die bij de monding van één rivier uitwaaiert, maar de delta van wel drie rivieren. Dat levert een complex geheel op van stromingen, eilanden en zeegaten. Vroeger vormde de Oosterschelde samen met de Westerschelde het uitstromingsgebied van de rivier de Schelde, dat twee keer per dag bij eb en vloed zout- en zoetwaterstromen met elkaar afwisselde. Maar sinds Walcheren, Zuid-Beveland en Noord-Brabant aan elkaar vastzitten is de Oosterschelde een eigen leven begonnen. Bij de sluiting van de Philipsdam werd ook de toevoer van zoet water vanuit Rijn en Maas gestopt. Sinds de deltawerken stroomt er bij de Oosterschelde alleen nog maar zout zeewater in en uit. En daarmee is de Oosterschelde het enige zeegat dat wel getijden kent, maar geen toevoer van zoet water.

Slibbige bodem

Dat is in Nederland een tamelijk unieke situatie, die zorgt voor water van uitmuntende kwaliteit, dat niet vertroebeld wordt door rivierwater. In dit zoute getijdengebied met zijn platen, banken en geulen leeft een grote variëteit aan planten, vissen, vogels en allerlei zeedieren tot zeehonden aan toe. Bij elke vloed stroomt er namelijk slibrijk zeewater naar binnen. Waar die stroom stagneert zakt dat slib naar de bodem. De ebstroom is te zwak om het gelijk weer mee terug te nemen naar zee. Die slibbige bodem is de basis voor een voedselketen van zeedieren.

Oosterschelde

De vogels

 

De vogels van de Oosterschelde zijn te verdelen in vijf categorieën, te weten: planteneters, bodemdiereneters, viseters, alles-eters en roofvogels. Planteneters zijn hier Rotganzen, Smienten en Wintertalingen, die tegenwoordig minder te eten hebben op de buitendijkse schorren, en zich moeten redden met het voedsel op het binnendijkse land. En daar redden ze zich goed mee. De bodemdiereters hebben het wat dat betreft moeilijker. Dat zijn soorten als Scholeksters, die kokkels eten op de slikken en platen die telkens droogvallen maar ook steeds kleiner worden. Andere voorbeelden van dit soort vogels zijn  de Bonte Strandlopers, Strandpleviers, Zilverpleviers, Bergeend, Pijlstaart, Brilduiker en Kanoetstrandlopers.  Viseters als Aalscholvers en Middelste Zaagbek kunnen in het  heldere Oosterscheldewater goed uit de voeten. Ze nemen in aantallen toe. De alleseters, zoals de Meeuwen, redden zich overal dus ook hier. De laatste categorie,  de roofvogels (Visarend en Zeearend), komen in het trekseizoen ook wel langs, maar voor zover bekend broeden ze niet in dit gebied.

 


 

© 2007 V.o.f. Restaurant 't Veerhuis. Alle rechten voorbehouden.